|
Autobus 475 kwam op 4 april 1966 in dienst bij de toenmalige Geldersche Tramwegen (GTW). Op 6 juli 1979 verliet hij het vervoerbedrijf om aan een leven als museumbus te beginnen.
Begin 1979 benaderde Stichting MUSA uit Amsterdam de toenmalige Gelderse Streekvervoer Maatschappij (GSM) met de vraag of de stichting een exemplaar mocht bewaren uit de tachtig Leyland - den Oudsten bussen die in de jaren zestig door GTW waren aangeschaft. Het verzoek kwam op een goed moment bij de GSM, ze beschikte nog over een wagen in de originele kleurstelling die in afwachting terzijde stond. Na een aantal gesprekken had de GSM er geen bezwaar tegen om de bus voor museumdoeleinden over te dragen aan de MUSA.
In het voorjaar van 1979 verliet de 475 de Achterhoek om aan een nieuw bestaan in Amsterdam te beginnen. Voorafgaand aan zijn vertrek was de bus met een aantal zaken gecompleteerd die bij zijn vroegere leven als toerwagen hoorden: de reisleidersstoel keerde terug, evenals de gordijntjes, asbakjes en de klapnetjes die op de stoelruggen zitten. Daarnaast mocht MUSA van sloopbus 5143 een grote hoeveelheid carrosserieonderdelen afhalen. Zo verdwenen onder andere een nooddeur, voor- en achterdeuren, tweedelige bagageluik, een polyester achterzijde met uitsparing voor de bagageluiken en de volledige polyester beplating eveneens richting Amsterdam.
Niet lang na de komst naar de Randstad startte de restauratie in de Enhabo-garage in Zaanstad, een plek waar MUSA twee van haar autobussen mocht stallen. Onder redelijk primitieve omstandigheden werden allerlei werkzaamheden uitgevoerd: verwijderen van de volledige (metalen) beplating, herstel van de carrosseriebalken en het opnieuw inbouwen van het bagagecompartiment.
Van de metalen huidplaten bleef de bovenste rand gespaard: immers de polyesterbeplating was geheel vlak en de typerende verhoogde zwarte band moest na restauratie behouden blijven. Nadat ook de polyester achterzijde en de bijbehorende bagageluiken van de 5143 waren gemonteerd en de bus schilderklaar was gemaakt, zette hij koers naar Garage West van het Gemeentevervoerbedrijf voor een schilderbeurt.
Halverwege de restauratie had de 475 zijn stalling in Zaanstad verruilt voor Garage Oost van het Gemeentevervoerbedrijf, de plek waar hij na de schilderbeurt terugkeerde. Daar volgde montage van alle ruiten. De linker voorruit leverde daarbij problemen op: de ruit paste slechts met grote moeite. Kort na montage sprong er een barst in.
Na overleg met GSM reisde de 475 af naar Doetinchem, maar ook de GSM-poging mislukte. Dat gaf aanleiding tot een nauwgezette inspectie, waarbij GSM-medewerkers ontdekten dat de kop van de bus door een aanrijding linksvoor enigszins was ontzet. Toen GSM de kop had gericht, leverde de derde poging het gewenste resultaat op. De 475 was nu gereed voor zijn bestaan als museumbus!
De 475 bleek in zijn nieuwe rol erg succesvol. Allereerst was de bus altijd paraat: hij gaf er nooit de brui aan. Bovendien reed de bus zeer comfortabel, ook bij hogere snelheden. Alleen het sturen ging niet echt licht, maar dat was in die jaren gebruikelijk.
Vanwege zijn fraaie uiterlijk was de bus bij het publiek ook populair: alhoewel hij uit een heel ander deel van het land kwam, viel hij bij het Amsterdamse publiek vanwege zijn uiterlijk in positieve zin op. Ook bruidsparen maakten bijzonder graag gebruik van de GTW-er.
De 475 vertoonde zich dus nog zeer geregeld op op de openbare weg: bij pendelritten tijdens open dagen van MUSA in Garage Oost, tijdens de Amsterdamsche Nostalgische Vervoerdag en tijdens OV-manifestaties in Amsterdam en elders in het land. Tijdens een dergelijke manifestatie in Winterswijk keerde hij terug naar zijn oude werkterrein. In 2000 en 2002 stak de 475 zelfs de Noordzee over in het kader van een donateursexcursie die MUSA samen met collega-stichtingen naar Showbus bij Cambridge organiseerde.
Na ruim twintig jaar smetteloze dienst als museumbus ging de carrosserie wat minder goede plekken vertonen. Dat leidde ertoe dat de 475 in 2004 de werkplaats in ging voor een tweede restauratie. Omdat op enkele plaatsen de carrosseriebalken achter het plaatwerk minder goed werden, viel het besluit de bus helemaal te ‘strippen’ om hem te kunnen voorzien van nieuwe beplating. Scheurtjes bij de overgang tussen de (nog) metalen zwarte band en de polyester huidplaten vormden eveneens een reden om de 475 aan de beide zijden volledig van nieuw metalen plaatwerk te voorzien. (Een proef bij een metaalbewerkingsbedrijf in Mijdrecht maakte duidelijk dat het mogelijk was huidplaten (voorzien van een verhoogde rand) uit een stuk te vervaardigen).
Toen de 475 eind 2004 van alle huidplaten ontdaan was in de werkplaats, pakten zich donkere wolken boven hem samen: de gemeente Amsterdam wilde alle 25 museumbussen uit Garage Oost vanwege stedelijke ontwikkelingplannen weg hebben. In een dreigende atmosfeer werd hard doorgewerkt aan de 475 om zoveel mogelijk carrosseriebalken te vervangen, zodat de bus op het moment dat dit nodig mocht blijken, op eigen kracht een veilig heenkomen kon zoeken.
Dat moment brak in de loop van februari 2005 aan. Dankzij contacten die intussen met HSA waren opgebouwd, was het mogelijk om de 475 en de GTW-bus 292 uit de MUSA-collectie kon uitwijken naar de Achterhoek. Op een (gelukkig droge) avond reed 475 ontdaan van beplating naar de Syntus stalling in Winterswijk. Voorlopig betekende dat zijn redding als museumbus!
Zo was de 475 begin 2005 na jaren terug in het land van herkomst. Intussen was er in Amsterdam geen enkel zicht op vervangende stalling, wat de gedachte nog meer versterkte dat de teruggekeerde 475 eigenlijk nooit meer het oude GTW-gebied moest verlaten. In 1979 was er geen mogelijkheid de bus als museumvoertuig in de Achterhoek te bewaren, dankzij de oprichting van HSA was die er nu wel!
Kort en goed: begin 2009 is de restauratie weer intussen opgepakt en ging de 475 officieel over naar HSA. Hopelijk zet hij na voltooiing van de restauratie zijn rol als museumbus in de Achterhoek met succes voort!
Klik hier voor revisie foto's van Leyland 475
|